Nagekeken op 1 bronFout gezien?
Het noorderlicht is vaak zwakker dan op foto’s. Je camera ziet in het donker meer kleur dan je eigen ogen. Daardoor kun je met de juiste instellingen prachtige foto’s maken, ook met een moderne telefoon.
Wat je nodig hebt
- Een statief. Het belangrijkste hulpmiddel. Je maakt lange opnames, en dan moet de camera stilstaan. Een klein telefoonstatief is al genoeg.
- Extra batterijen of een powerbank. In de kou lopen batterijen snel leeg. Houd reserves in een binnenzak, dicht bij je lichaam.
- Dunne handschoenen onder dikke wanten, zodat je knoppen kunt bedienen zonder je handen bloot te stellen aan de kou.
Met je telefoon
- Zet de nachtmodus aan (op veel telefoons gebeurt dat vanzelf in het donker).
- Zet je telefoon op een statief of ergens stevig neer, zodat de opname scherp blijft.
- Gebruik de zelfontspanner van een paar seconden, zodat je de telefoon niet beweegt als je drukt.
- Zet de flitser uit.
Met een camera
Een goed beginpunt, dat je daarna aanpast aan het licht:
- Handmatig scherpstellen op oneindig. Stel scherp op een heldere ster of een ver lichtpunt en controleer het op je scherm.
- Diafragma zo ver mogelijk open, bijvoorbeeld f/2.8 of lager.
- Sluitertijd van ongeveer 5 tot 15 seconden. Bij snel bewegend noorderlicht korter, bij zwak licht langer.
- ISO tussen 800 en 3200, afhankelijk van je camera.
- Fotografeer in RAW als dat kan, zodat je achteraf meer kunt corrigeren.
Tips voor betere foto’s
- Zet iets in de voorgrond: een boom, een hut, een bergrug of jezelf. Dat geeft diepte.
- Kijk ook zonder scherm. Neem momenten om alleen te kijken. Dat onthoud je het langst.
- Condens. Stop je camera, als je naar binnen gaat, eerst in een gesloten tas. Zo voorkom je condens op de lens.
- Een fototour met een gids helpt je snel op weg, vooral als je voor het eerst gaat.
Een reis waarin je meerdere nachten op een donkere plek bent? Vraag gratis advies.



