Concept, nog niet nagekeken4 bronnenFout gezien?
Conceptversie: deze pagina wordt nog gefactcheckt. Controleer actuele data en voorwaarden altijd bij de aanbieder.
Het korte antwoord
Met drie nachten was er bij de drie meetstations in 70 tot 84% van de gevallen minstens één heldere avond. Met één nacht was dat 39 tot 56%, met vijf nachten 84 tot 93%. Dat is gemeten van september tot en met maart, in de seizoenen 2019/20 tot en met 2025/26.
- 1 nacht
- 39 tot 56%
- 3 nachten
- 70 tot 84%
- 5 nachten
- 84 tot 93%
Een heldere avond is nog geen noorderlicht. Er moet ook activiteit zijn en het moet donker genoeg zijn. Hoeveel uur het per maand donker is, zie je op de beste reistijd. Hoe je je kans verder vergroot, lees je in waar en hoe zie je noorderlicht.
Kans per aantal nachten
Hoe meer nachten, hoe groter de kans dat er minstens één heldere avond bij zit. Na drie of vier nachten wordt de winst per extra nacht kleiner. De lijnen lopen niet helemaal gelijk op, omdat heldere en bewolkte nachten vaak in reeksen komen: na een bewolkte avond is de volgende ook vaak bewolkt.
- Abisko (rondje)
- Jokkmokk (vierkantje)
- Luleå (ruitje)
Kans op minstens één heldere avond, met de onzekerheidsmarge (90%-interval) tussen haakjes
| Nachten | Abisko | Jokkmokk | Luleå |
|---|---|---|---|
| 1 | 39% (35 tot 42%) | 56% (51 tot 63%) | 54% (50 tot 60%) |
| 2 | 58% (52 tot 62%) | 75% (69 tot 81%) | 73% (69 tot 78%) |
| 3 | 70% (63 tot 74%) | 84% (79 tot 88%) | 82% (78 tot 86%) |
| 4 | 78% (71 tot 83%) | 89% (85 tot 93%) | 87% (83 tot 91%) |
| 5 | 84% (77 tot 89%) | 93% (89 tot 96%) | 91% (87 tot 94%) |
| 6 | 89% (82 tot 93%) | 95% (92 tot 98%) | 93% (89 tot 97%) |
| 7 | 92% (86 tot 96%) | 97% (94 tot 99%) | 95% (90 tot 98%) |
De marge laat zien hoeveel de uitkomst verschuift als je andere seizoenen had getroffen. Met 7 seizoenen is die marge ruw; de echte onzekerheid is waarschijnlijk groter, omdat ook de meting zelf onzeker is (zie hieronder).
Per maand
Per maand zijn er minder nachten om te tellen, dus deze cijfers springen meer heen en weer. Verschillen van tien procentpunten tussen twee maanden kunnen toeval zijn. Een duidelijke "beste maand" voor heldere avonden laten deze data niet zien; het verschilt per station. De maand is de maand van de eerste nacht.
Kans op minstens één heldere avond bij 1 nacht en bij 3 nachten, per maand
| Maand | Abisko | Jokkmokk | Luleå | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 nacht | 3 nachten | 1 nacht | 3 nachten | 1 nacht | 3 nachten | |
| september | 33% | 65% | 48% | 74% | 48% | 70% |
| oktober | 33% | 66% | 46% | 80% | 49% | 81% |
| november | 47% | 70% | 59% | 87% | 47% | 74% |
| december | 45% | 81% | 45% | 76% | 47% | 83% |
| januari | 47% | 69% | 61% | 93% | 59% | 88% |
| februari | 37% | 74% | 63% | 84% | 61% | 89% |
| maart | 32% | 65% | 80% | 97% | 73% | 93% |
Is Abisko helderder dan de rest?
Abisko staat bekend als een plek met relatief vaak heldere nachten, omdat het in de regenschaduw van de bergen ligt. Wij schrijven dat ook. De metingen in deze vergelijking laten iets anders zien, maar het eerlijke antwoord is: met deze data kunnen we het niet zeker zeggen.
Wat we zagen. Op dezelfde nachten mat het station bij Abisko minder heldere avonden dan de vliegvelden van Jokkmokk en Luleå:
- bij 3 nachten 14 procentpunten minder dan Jokkmokk (marge 10 tot 20) en 12 minder dan Luleå (marge 7 tot 18);
- in elk van de seizoenen afzonderlijk, en bij elke andere keuze van de regels die we probeerden (zie de tabel verderop).
Waarom dat geen harde conclusie is. De stations horen bij verschillende meetnetten. Volgens de gegevens van SMHI is het station bij Abisko van Polarforskningssekretariatet, de stations op de vliegvelden van Luleå en Jokkmokk van Försvarsmakten (de Zweedse krijgsmacht), en de meeste andere automatische stations van SMHI zelf. Leg je Abisko naast automatische stations van SMHI zelf, dan is het beeld anders: helderder dan Naimakka, Kvikkjokk-Årrenjarka en Pajala, minder helder dan Nikkaluokta. Dat het oordeel over Abisko omslaat afhankelijk van het meetnet waarmee je vergelijkt, wijst erop dat de manier van meten of de plek van de sensor meetelt. Dat is een vermoeden; uit de open data kunnen we niet halen welke apparatuur elk station gebruikt.
Abisko naast andere stations, telkens op dezelfde nachten: kans op minstens één heldere avond bij 3 nachten
| Station | Meetnet | Abisko | Ander station | Verschil (marge) |
|---|---|---|---|---|
| Nikkaluokta Abergdal bij de Kebnekaise | SMHI | 69% | 76% | −7 (−14 tot −1) |
| Naimakka Anoordelijk binnenland | SMHI | 70% | 65% | +5 (+2 tot +9) |
| Kvikkjokk-Årrenjarka Abergdal in het zuidwesten van Lapland | SMHI | 69% | 58% | +11 (+6 tot +16) |
| Pajala Alaagland in het oosten | SMHI | 70% | 64% | +6 (0 tot +10) |
| Jokkmokk Flygplatsbinnenland, vliegveld | Försvarsmakten | 70% | 84% | −14 (−20 tot −10) |
| Luleå-Kallax Flygplatskust, vliegveld | Försvarsmakten | 70% | 77% | −7 (−13 tot −2) |
Verschil in procentpunten, Abisko min het andere station; een plus betekent dat Abisko vaker helder was. Omdat elk paar alleen de nachten telt waarop beide stations data hebben, wijken de cijfers iets af van die in de grafiek.
Wat we niet konden toetsen. Het beeld van Abisko als "blauw gat" gaat vooral over de vergelijking met de natte bergen in het westen, richting Noorwegen. Een actuele meetreeks daar ontbreekt in deze parameter: het station Katterjåkk, vlak bij Riksgränsen, stopte in 2019 en mat meestal maar om de drie uur. Voor Kiruna is er geen bruikbare reeks: het enige station, Kiruna flygplats, loopt van 1957 tot 1993. En de reeks bij Abisko is kort: SMHI noemt een begin in 1987, maar uit die tijd staat alleen de plaats van het station in de gegevens, geen metingen. De metingen in het archief beginnen op 4 juni 2019.
Wat dit betekent voor je reis. Abisko is om andere redenen een goede noorderlichtplek: weinig licht van steden, open uitzicht over het meer Torneträsk en de Aurora Sky Station. Maar ga er niet van uit dat het er veel vaker helder is dan elders in Lapland. Meer nachten plannen helpt in elk geval meer dan de keuze tussen deze plekken.
Hoe gevoelig zijn de cijfers voor de regels?
"Helder" is een keuze. We hebben de berekening daarom ook gedaan met strengere en ruimere regels. De cijfers schuiven dan op, maar het beeld blijft: drie nachten geven een veel grotere kans dan één.
Kans op minstens één heldere avond bij 3 nachten, met andere regels
| Regel | Abisko | Jokkmokk | Luleå |
|---|---|---|---|
| Standaardminstens 3 uur met hooguit 25% bewolking, september tot en met maart | 70% | 84% | 82% |
| Strenger: hooguit 1/8 bewolkingminstens 3 uur met hooguit 1/8 bewolking | 66% | 83% | 80% |
| Ruimer: hooguit de helft bewolktminstens 3 uur met hooguit de helft bewolkt | 78% | 86% | 84% |
| Ruimer: minstens 2 heldere urenminstens 2 uur met hooguit 25% bewolking | 78% | 86% | 85% |
| Strenger: minstens 4 heldere urenminstens 4 uur met hooguit 25% bewolking | 58% | 80% | 78% |
| Alleen december tot en met maartde standaardregel, maar alleen reeksen die in december tot en met maart beginnen | 72% | 87% | 88% |
| Ook ongecontroleerde waardende standaardregel, met ook de waarden die SMHI niet als gecontroleerd markeert | 70% | 84% | 82% |
| Langere reeks Jokkmokk en Luleåde standaardregel voor de seizoenen 2010/11 tot en met 2025/26 (Abisko heeft geen data uit die jaren) | geen data | 80% | 80% |
De langere reeks voor Jokkmokk en Luleå (vanaf 2010) komt bij 3 nachten 3 procentpunt lager en 2 procentpunt lager uit dan de korte. De jaren 2019/20 tot en met 2025/26 waren voor die twee stations dus iets helderder dan gemiddeld, maar geen uitzondering.
Per seizoen: kans op minstens één heldere avond bij 3 nachten
| Seizoen | Abisko | Jokkmokk | Luleå | Reeksen |
|---|---|---|---|---|
| 2019/20 | 49% | 98% | 92% | 47 |
| 2020/21 | 49% | 71% | 74% | 61 |
| 2021/22 | 67% | 84% | 82% | 142 |
| 2022/23 | 68% | 77% | 74% | 142 |
| 2023/24 | 67% | 76% | 79% | 135 |
| 2024/25 | 80% | 94% | 92% | 162 |
| 2025/26 | 79% | 86% | 80% | 165 |
Het verschil tussen seizoenen is groot. Reeksen: het aantal periodes van drie nachten waarin alle drie de stations data hebben; in de eerste twee seizoenen ontbreken bij Luleå en Jokkmokk veel nachten.
Zo hebben we gerekend
- We gebruiken de open meetdata van SMHI, het Zweedse weerinstituut: de totale bewolking, één keer per uur gemeten, in procenten van de lucht. Alleen waarden die SMHI als gecontroleerd markeert.
- Drie stations bij plekken waar onze lezers vaak heen gaan: Abisko Aut (nummer 188790), Jokkmokk Flygplats (nummer 170860) en Luleå-Kallax Flygplats (nummer 162860).
- Een avond loopt van 20:00 tot 03:00 Zweedse wintertijd (19:00 tot 02:00 UTC). Die telt mee als er minstens 6 van de 8 uurwaarden zijn.
- Een avond is helder als er minstens 3 uur bij zit met hooguit 25% bewolking (hooguit twee achtste van de lucht). Mist of sneeuwval die de lucht helemaal verbergt, telt als niet helder.
- Voor elke startnacht van september tot en met maart kijken we naar de reeks van 1, 2, tot 7 nachten daarna, en tellen we welk deel van die reeksen minstens één heldere avond had. We tellen alleen reeksen waarin alle drie de stations alle nachten data hebben. Zo vergelijken we dezelfde nachten. Bij 3 nachten zijn dat 854 reeksen.
- De marge komt uit een herhaalde steekproef: we trekken 2000 keer willekeurig 7 seizoenen (een seizoen mag vaker voorkomen) en kijken hoe ver de uitkomst uiteenloopt. Het 90%-interval is de middelste 90% daarvan.
Het script dat dit doet, haalt de data zelf op bij SMHI. Iedereen kan het dus opnieuw doen; de uitkomsten staan ook als JSON-bestand online.
Wat deze cijfers niet zeggen
- Helder is geen noorderlicht. Op een heldere avond kan het noorderlicht zwak zijn of wegblijven. Deze cijfers gaan alleen over het weer. Een kans op noorderlicht kunnen we er niet uit afleiden, en niemand kan noorderlicht garanderen.
- De sensor kijkt alleen recht omhoog. Automatische stations meten bewolking met een laser die de afstand tot de wolkenbasis meet, recht boven de meter. SMHI rekent dat om naar bewolking van de hele lucht, met de aanname dat de wolken in een half uur over de meter heen trekken. De meter ziet wolken tot ongeveer 7.500 meter hoogte; de hoogste, dunne bewolking mist hij meestal. Volgens SMHI komt een automatische meting daardoor lager uit dan die van een waarnemer. Onze cijfers voor "helder" zijn daarom waarschijnlijk eerder te hoog dan te laag.
- Eén punt, niet de hele streek. Elk station meet op één plek. Een paar kilometer verderop kan het anders zijn, en met een auto of tour kun je soms naar een opklaring rijden.
- Een vaste avond. We kijken naar 20:00 tot 03:00. Wie de hele nacht opblijft, heeft iets meer kans. In september en maart is het begin van die avond nog niet overal helemaal donker.
- Weinig seizoenen. Zeven seizoenen is kort voor klimaatcijfers. Een heel bewolkte of heel heldere winter kan het beeld verschuiven.
- Verleden, geen voorspelling. Dit is hoe het was. Voor je eigen reis zegt de weersverwachting van die week meer.
Bron
Bewerkt op basis van data van SMHI (CC BY 4.0): meteorologische waarnemingen, parameter 16 (Total molnmängd), gecontroleerd archief, opgehaald op 24 oktober 2026. De berekening en de keuzes daarin zijn van ons, niet van SMHI. Hoe SMHI bewolking meet, staat in Hur mäts molnighet? (Zweeds).
Lees verder: de beste tijd voor noorderlicht en noorderlicht fotograferen.



